De vrede die Europa opnieuw verdeelde

Door Thomas 

 

In De Wrede Vrede laat Sybren Singelsma zien hoe een verwoest continent na 1945 zijn weg zocht tussen etnisch geweld, politieke machtsstrijd en de eerste voorzichtige stappen naar Europese samenwerking. Een prikkelend geschiedenisboek dat vertrouwde beelden ter discussie stelt.

Op 8 mei 1945 zwegen de wapens in Europa. Nazi-Duitsland had gecapituleerd, de geallieerden hadden gewonnen en na zes jaar oorlog kon de wederopbouw beginnen. Althans, zo luidt het vertrouwde verhaal. Maar voor miljoenen Europeanen was de vrede allerminst het begin van een veilige en voorspoedige toekomst. Nieuwe grenzen werden getrokken, bevolkingsgroepen verdreven en politieke tegenstanders uitgeschakeld. De oorlog was afgelopen, maar het geweld ging door. Met De Wrede Vrede – Europa tussen 1945 en 1953. Van etnisch conflict naar Europese samenwerking heeft Sybren Singelsma een boek geschreven dat juist deze weinig belichte kant van de Europese geschiedenis onder de aandacht brengt.

De titel is uitstekend gekozen. Want hoe vreedzaam was die vrede eigenlijk? Wie zich verdiept in de gebeurtenissen van de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog ontdekt al snel dat de bevrijding van Europa niet overal dezelfde betekenis had. Voor West-Europa betekende de Duitse nederlaag uiteindelijk de terugkeer van democratische instellingen en het begin van economisch herstel. Voor een groot deel van Midden- en Oost-Europa volgde echter een nieuwe periode van onderdrukking, ditmaal onder de overheersing van de Sovjet-Unie. En voor miljoenen burgers die vanwege hun afkomst, nationaliteit of politieke overtuiging hun woonplaats moesten verlaten, was het begrip bevrijding dikwijls bijzonder betrekkelijk.

Singelsma stelt zich de vraag hoe uit deze ontreddering uiteindelijk het Europa kon ontstaan dat wij tegenwoordig kennen. Zijn antwoord is even interessant als ongemakkelijk: de Europese samenwerking, die inmiddels zo vanzelfsprekend lijkt, kwam niet uitsluitend voort uit verheven idealen over vrede en broederschap, maar vooral uit economische noodzaak, Amerikaanse druk en de gemeenschappelijke angst voor de Sovjet-Unie.

Tweeduizend jaar Europese conflicten

Opvallend is dat Singelsma zijn verhaal niet in 1945 laat beginnen. Hij neemt de lezer eerst mee op een uitvoerige reis door tweeduizend jaar Europese geschiedenis. Van het Romeinse Rijk en de opkomst van het christendom tot het feodalisme, de godsdienstoorlogen, het nationalisme en de twee wereldoorlogen. Dat is een ambitieuze onderneming, zeker voor een boek dat volgens zijn ondertitel voornamelijk over acht naoorlogse jaren gaat.

De gedachte achter deze lange aanloop is begrijpelijk. Volgens Singelsma kunnen de gewelddadige gebeurtenissen van de twintigste eeuw niet los worden gezien van de eeuwenlange Europese strijd om grondgebied, macht, godsdienst en identiteit. Staten ontstonden, werden groter of verdwenen weer, terwijl bevolkingsgroepen steeds opnieuw werden geconfronteerd met de vraag aan welke machthebber zij onderworpen waren en welke identiteit zij geacht werden aan te nemen.

Een belangrijk thema daarbij is de tegenstelling tussen het streven naar universele waarden en de behoefte van bevolkingsgroepen hun eigen identiteit te behouden. Singelsma beschrijft hoe het nationalisme van de negentiende eeuw, dat aanvankelijk ook een bevrijdende kracht kon zijn, gaandeweg een bedreiging werd voor minderheden. De gedachte dat iedere natie recht had op een eigen staat leidde immers tot een nieuwe vraag: wat moest er gebeuren met mensen die niet tot de dominante nationale groep behoorden?

Het is een van de sterkere lijnen in het boek. De auteur laat zien dat de etnische conflicten van de twintigste eeuw niet uit het niets ontstonden. Vooral de ondergang van het Oostenrijks-Hongaarse en het Ottomaanse Rijk en de nieuwe grenzen die na de Eerste Wereldoorlog werden getrokken, brachten spanningen met zich mee die nog tientallen jaren zouden doorwerken.

Toch valt op deze opzet ook wat aan te merken. De historische aanloop is zeer uitgebreid en de auteur waagt zich geregeld aan stevige interpretaties van complexe ontwikkelingen. Vooral zijn beschouwingen over religie, nationalisme en de verantwoordelijkheid voor het uitbreken van de wereldoorlogen zijn uitgesproken. Niet iedere historicus zal zich in zijn conclusies kunnen vinden. Af en toe zou wat meer ruimte voor alternatieve verklaringen het betoog ten goede zijn gekomen. Bovendien moet de lezer enig geduld opbrengen voordat de eigenlijke naoorlogse periode wordt bereikt.

Daar staat tegenover dat deze brede benadering het boek onderscheidt van veel andere publicaties over de Tweede Wereldoorlog. Singelsma wil niet uitsluitend beschrijven wat er gebeurde, maar vooral verklaren waarom de geschiedenis zich zo ontwikkelde. Juist die ambitie maakt het boek interessant.

Een bevrijd continent vol ontheemden

Wanneer Singelsma eenmaal bij 1945 aankomt, wordt duidelijk waarom de titel De Wrede Vrede zo treffend is.

Europa lag in puin. Steden waren verwoest, infrastructuur ontregeld en miljoenen mensen bevonden zich ver van hun oorspronkelijke woonplaats. Krijgsgevangenen, voormalige dwangarbeiders, overlevenden van concentratiekampen en vluchtelingen zwierven door een continent waarin nauwelijks nog sprake was van een normale bestuurlijke en economische orde.

Daar kwamen de enorme bevolkingsverplaatsingen bij. Miljoenen Duitsers werden uit gebieden verdreven die na de oorlog onder Pools, Tsjechoslowaaks of Sovjetbestuur kwamen. Polen moesten op hun beurt gebieden verlaten die aan de Sovjet-Unie waren toegewezen. Oekraïners, Hongaren, Balten en talrijke andere bevolkingsgroepen werden eveneens geconfronteerd met gedwongen verhuizingen, vervolging of de noodzaak hun toevlucht elders te zoeken.

Singelsma besteedt uitgebreid aandacht aan deze menselijke gevolgen van de nieuwe Europese ordening. Hij beschrijft niet alleen diplomatieke afspraken en grenswijzigingen, maar ook wat deze beslissingen betekenden voor gewone mensen. Een aangrijpend voorbeeld is het verhaal van een Duits meisje uit Oost-Pruisen dat met haar familie op de vlucht slaat voor het oprukkende Rode Leger en uiteindelijk als zogenoemd wolvenkind moet zien te overleven.

Dergelijke persoonlijke getuigenissen geven het boek een menselijke dimensie. Achter de indrukwekkende aantallen vluchtelingen en verdrevenen gaan immers individuele levens schuil: gezinnen die uiteenvallen, kinderen die hun ouders verliezen en mensen die ontdekken dat hun geboortegrond plotseling in een ander land ligt.

Ook de lotgevallen van Joodse overlevenden krijgen aandacht. De bevrijding van de concentratiekampen betekende niet dat antisemitisme en vijandigheid verdwenen. In verschillende Europese landen kregen terugkerende Joden te maken met nieuwe vervolgingen, onteigende bezittingen en een samenleving die hen lang niet altijd met open armen ontving. Singelsma laat daarmee zien dat de morele en maatschappelijke gevolgen van de oorlog veel langer doorwerkten dan de militaire strijd zelf.

Een verdienste van het boek is dat de auteur ook aandacht besteedt aan groepen slachtoffers die in de gangbare nationale herinneringscultuur minder prominent aanwezig zijn. Hij doet dat soms in scherpe bewoordingen. Dat roept onvermijdelijk discussie op, vooral waar hij verschillende vormen van vervolging en massaal geweld naast elkaar plaatst. Niet alle historische gebeurtenissen laten zich immers eenvoudig met elkaar vergelijken. Juist bij zulke gevoelige onderwerpen is een nauwkeurige afbakening van verantwoordelijkheid, intentie en aantallen van belang.

Desondanks is zijn centrale boodschap overtuigend: wie de geschiedenis van Europa na 1945 wil begrijpen, moet verder kijken dan de overwinning op nazi-Duitsland. De vrede betekende voor velen niet het einde van onzekerheid en geweld, maar het begin van een nieuwe beproeving.

Van bondgenoten naar tegenstanders

Een tweede belangrijke verhaallijn is de snelle verslechtering van de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie.

Tijdens de oorlog hadden beide grootmachten nog een gemeenschappelijke vijand. Na de Duitse capitulatie verdwenen die gedeelde belangen echter naar de achtergrond. Stalin wilde zijn invloed in Midden- en Oost-Europa veiligstellen, terwijl de Amerikanen streefden naar een internationale ordening waarin economische samenwerking, politieke stabiliteit en internationale instellingen een belangrijke plaats innamen.

Singelsma beschrijft hoe Europa daardoor geleidelijk in twee machtsblokken uiteenviel. De landen die onder Sovjetinvloed kwamen, verloren veel van hun politieke zelfstandigheid. In West-Europa groeide juist het besef dat economisch herstel en politieke stabiliteit zonder Amerikaanse steun bijzonder moeilijk zouden worden.

Vooral de jaren 1946 en 1947 krijgen veel aandacht. De economische problemen waren enorm en de uitzonderlijk strenge winter van 1947 maakte de situatie nog nijpender. Tegelijkertijd namen de politieke spanningen toe. De burgeroorlog in Griekenland, de financiële uitputting van Groot-Brittannië en de toenemende invloed van communistische partijen vormden samen een dreigend vooruitzicht.

De Verenigde Staten reageerden met de Truman-doctrine en het Marshallplan. Volgens Singelsma lag juist hier een van de belangrijkste keerpunten in de moderne Europese geschiedenis.

Hij benadrukt dat de Amerikaanse hulp niet simpelweg een kwestie was van geld beschikbaar stellen. De Amerikanen verlangden ook dat Europese landen beter met elkaar gingen samenwerken, handelsbelemmeringen verminderden en hun economische herstel gezamenlijk organiseerden.

Hierin schuilt wellicht de meest interessante gedachte van het boek: de eerste aanzetten tot Europese eenwording waren niet uitsluitend het resultaat van een spontaan verlangen naar verzoening, maar eveneens van geopolitieke druk. De Verenigde Staten wilden een economisch krachtig en politiek stabiel West-Europa dat weerstand kon bieden aan de uitbreiding van de Sovjetinvloed.

Die interpretatie geeft een verfrissende invalshoek aan een onderwerp dat vaak wordt voorgesteld als een vrijwel vanzelfsprekende ontwikkeling richting vrede, samenwerking en Europese instituties. Singelsma laat zien dat de werkelijkheid minder romantisch was.

Wel legt hij het accent soms zo sterk op de Amerikaanse rol dat het eigen initiatief van Europese politici enigszins naar de achtergrond verdwijnt. Europese samenwerking was uiteraard meer dan het uitvoeren van wensen uit Washington. De wederopbouw van Duitsland, de Frans-Duitse verzoening en de politieke overtuigingen van Europese leiders speelden eveneens een wezenlijke rol. Het boek erkent die factoren, maar had hun onderlinge wisselwerking nog wat nadrukkelijker kunnen uitwerken.

Jean Monnet en het Europa van de kleine stappen

In het laatste deel verschuift de aandacht naar de mensen en instellingen die de Europese samenwerking daadwerkelijk vormgaven. Vooral Jean Monnet krijgt een belangrijke plaats.

Singelsma schetst Monnet als een pragmatische organisator, afkomstig uit de internationale handel, die had geleerd dat samenwerking niet alleen een ideaal hoefde te zijn, maar vooral ook praktisch voordeel kon opleveren. Wie gezamenlijk problemen moet oplossen, kan daarvoor beter ook gezamenlijk middelen inzetten.

Het is een aantrekkelijke gedachte en misschien wel de kern van het Europese integratieproces zoals dat zich na de oorlog ontwikkelde.

Via het Marshallplan, de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking en uiteindelijk de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal ontstonden structuren waarin nationale belangen geleidelijk met elkaar werden verbonden. Niet door in één keer een Verenigde Staten van Europa op te richten, maar door op afzonderlijke terreinen bevoegdheden en verantwoordelijkheden te delen.

Singelsma laat zien waarom juist de samenwerking op het gebied van kolen en staal zo belangrijk was. Deze grondstoffen vormden niet alleen de basis voor economisch herstel, maar waren ook onmisbaar voor de oorlogsindustrie. Door de Franse en Duitse belangen op dat terrein met elkaar te verbinden, werd een nieuwe onderlinge oorlog niet alleen politiek ongewenst, maar ook economisch steeds minder aantrekkelijk.

Het is een boeiend gedeelte van het boek, mede doordat de schrijver de Europese instituties niet behandelt als abstracte bestuurlijke constructies. Hij laat zien welke politieke belangen, persoonlijke overtuigingen en praktische overwegingen achter hun ontstaan schuilgingen.

Tegelijkertijd maakt hij duidelijk dat de Europese samenwerking van meet af aan grenzen kende. Pogingen om ook op politiek en militair terrein tot vergaande eenwording te komen, stuitten op nationale gevoeligheden en onderlinge meningsverschillen. De geschiedenis van de Europese integratie was daarmee vanaf het begin een proces van vooruitgang, aarzeling en compromissen.

En wie naar de huidige Europese Unie kijkt, zal daarin ongetwijfeld iets herkennen.

Een boek dat ook over het heden gaat

Daarmee raakt De Wrede Vrede aan een van zijn grootste kwaliteiten: het boek gaat weliswaar over het verleden, maar heeft voortdurend betrekking op het heden.

De discussie over nationale identiteit, soevereiniteit en Europese samenwerking is nog altijd actueel. Hetzelfde geldt voor de verhouding tussen Europa en Rusland, de rol van de Verenigde Staten, grensconflicten en vluchtelingenstromen.

Singelsma probeert te verklaren waarom Europese staten zo vaak moeite hebben om hun nationale belangen ondergeschikt te maken aan een groter gezamenlijk doel. Zijn antwoord ligt in de geschiedenis van het continent, waarin staten en bevolkingsgroepen eeuwenlang hun veiligheid en identiteit juist probeerden te waarborgen door zich tegenover anderen af te zetten.

Dat maakt zijn beschouwingen over de Europese Unie bijzonder relevant. De schrijver presenteert Europese samenwerking niet als een wondermiddel waarmee alle historische tegenstellingen zijn verdwenen. Hij beschouwt haar eerder als een praktische methode om oude conflicten beheersbaar te maken.

Daarmee is het boek interessant voor een breder publiek dan uitsluitend liefhebbers van militaire of politieke geschiedenis. Ook lezers die de achtergronden van de huidige Europese politiek beter willen begrijpen, kunnen er veel aan ontlenen. Voor studenten en scholieren biedt het bovendien een samenhangend perspectief op de overgang van de Tweede Wereldoorlog naar de Koude Oorlog en de eerste Europese instellingen, al vraagt het boek wel enige historische basiskennis en de bereidheid verschillende interpretaties kritisch te wegen.

De schrijfstijl helpt daarbij. Singelsma schrijft doorgaans vlot, direct en met een duidelijke persoonlijke betrokkenheid. Hij schuwt scherpe kwalificaties niet en gebruikt geregeld ironie om het optreden van historische machthebbers te beschrijven. Dat maakt de tekst levendiger dan menig academisch geschiedenisboek.

Het heeft ook een keerzijde. Sommige formuleringen zijn zo stellig dat de lezer zich kan afvragen of een historische analyse niet af en toe plaatsmaakt voor een persoonlijk oordeel. Een iets terughoudender toon zou de overtuigingskracht op bepaalde momenten hebben vergroot. Ook zijn er historische interpretaties en details die uitnodigen tot nadere controle of discussie.

Maar een boek dat zoveel eeuwen geschiedenis met elkaar probeert te verbinden, ontkomt nauwelijks aan vereenvoudiging en selectie. De belangrijkste vraag is dan of de schrijver erin slaagt nieuwe verbanden zichtbaar te maken en de lezer aan het denken te zetten. En daarin slaagt Singelsma zeker.

Geschiedenis als aanleiding tot debat

De Wrede Vrede past goed in de traditie van Uitgeverij Aspekt, dat ruimte biedt aan boeken waarin maatschappelijke vraagstukken, historische gebeurtenissen en kritische interpretaties centraal staan. Het is een uitgeverslijn waarin niet alleen de bekende historische verhalen worden verteld, maar waarin ook plaats is voor afwijkende perspectieven, ongemakkelijke onderwerpen en discussie over gevestigde opvattingen.

Dat is waardevol, juist in een tijd waarin historische gebeurtenissen regelmatig worden teruggebracht tot eenvoudige politieke tegenstellingen. Geschiedenis laat zich zelden volledig vangen in een verhaal van uitsluitend daders en slachtoffers, winnaars en verliezers, goede en verkeerde beslissingen. Wie werkelijk wil begrijpen hoe samenlevingen zich ontwikkelen, moet bereid zijn ook de minder prettige hoofdstukken onder ogen te zien.

Singelsma vraagt die bereidheid van zijn lezers. Hij toont hoe de Tweede Wereldoorlog niet eindigde in een onmiddellijk herstel van vrede en rechtvaardigheid, maar in een moeizaam proces waarin geweld, machtsstrijd en internationale samenwerking nog jarenlang naast elkaar bestonden.

Zijn boek is geen neutrale encyclopedie van de Europese geschiedenis en pretendeert dat ook niet. Het is een uitgesproken interpretatie, onderbouwd met een omvangrijke historische aanloop, talrijke voorbeelden en verwijzingen naar bestaande literatuur. Niet iedere conclusie zal zonder tegenspraak worden aanvaard. Dat hoeft ook niet. Een geschiedkundig werk kan juist waardevol zijn doordat het vragen oproept die de lezer daarvoor niet stelde.

Het meest overtuigend is uiteindelijk de paradox waarop Singelsma zijn boek heeft gebouwd. Terwijl Europa na 1945 nog volop bezig was met het trekken van grenzen, het verdrijven van bevolkingsgroepen en het uitvechten van ideologische tegenstellingen, werden tegelijkertijd de eerste fundamenten gelegd voor een vorm van samenwerking die juist zulke conflicten in de toekomst moest voorkomen.

De Europese vrede was dus niet het eenvoudige vertrekpunt van de Europese samenwerking. Zij moest, tegen de achtergrond van een nog altijd gewelddadig en verdeeld continent, grotendeels worden opgebouwd.

De Wrede Vrede is daarmee een interessante en regelmatig confronterende bijdrage aan het debat over de Europese geschiedenis. Een boek dat niet op alle punten het laatste woord heeft, maar dat de lezer wel aanspoort verder te kijken dan de vertrouwde historische voorstelling.

En misschien is dat wel de belangrijkste verdienste van dit werk. Want wie meer weet over de geschiedenis, kan ook beter oordelen over het heden. Juist daarom verdient De Wrede Vrede een breed en kritisch lezerspubliek.

Sybren Singelsma – De Wrede Vrede. Europa tussen 1945 en 1953. Van etnisch conflict naar Europese samenwerking. 

Verkrijgbaar bij Uitgeverij Aspekt.

 

 

 

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.