Interview met Jacqueline Zirkzee

Vandaag is het tijd voor een interview met Jacqueline Zirkzee auteur van het boek Het heksenhuis verschenen bij uitgeverij Brouwerij | Brainbooks Lezen jullie mee??

Kun je iets over jezelf vertellen?

Ik ben een vrouw van begin zestig en ik heb één zoon. Hij is net als ik schrijver en redacteur en daardoor hebben we de mooiste gesprekken, ook nu hij volwassen is. De bovenste verdieping van mijn huis is helemaal ingericht als schrijfatelier, een ruimte met grote ramen en heel veel boeken. Ik ga graag op reis om inspiratie op te doen en mijn blik te verruimen. Als ik in het buitenland ben, ga ik altijd op zoek naar overblijfselen uit het verleden. Je doet mij geen groter plezier dan me los te laten bij een of andere opgraving, daar kan ik rustig een hele dag ronddwalen.

Behalve schrijver ben ik ook redacteur en schrijfcoach, maar in het schrijven voor mezelf voel ik me helemaal vrij om te doen wat ik wil. Toch leer ik enorm veel van het doornemen van manuscripten van andere schrijvers, het analyseren van wat goed werkt en wat niet, hoe het nóg beter kan. Het is een soort speurtocht die je samen met een auteur onderneemt, naar de beste vorm en uitdrukking van diens ideeën en verhalen. Het contact met mensen met schrijfambities vind ik het leukste werk dat er is.

In mijn vrije tijd spreek ik graag af met vrienden, ook lees ik veel voor mijn plezier. Soms wordt dat weleens een beetje te veel, dan ben ik de hele dag al met woorden op scherm of papier bezig geweest en dan zet ik ’s avonds lekker een film of serie op. Ik hou van het theater en van uit eten gaan. Omdat de jaren wel gaan tellen, zeker met het zittende werk dat ik doe, ben ik onlangs begonnen met krachttraining en ik heb een goede fiets gekocht om te zorgen dat ik meer ga bewegen en sterker word.

Wilde je altijd al schrijver worden?

Toen ik jong was, waren er nog geen schrijversbezoeken op school, dus het hele idee dat schrijvers echte mensen waren en dat schrijver een beroep was, ging aan mij voorbij. Ik las alles wat los en vast was, maar pas toen ik vijftien was en het boek las waarmee Annelies Jorna op haar zestiende was gedebuteerd, drong het tot me door dat het schrijven van boeken niet per se iets was wat alleen gedaan werd door onbereikbare, serieuze volwassenen die heel ver van me af stonden. Toen ben ik wel steeds meer gaan schrijven: sprookjes, gedichtjes, jeugdverhalen. Daarvoor schreef ik alleen in mijn dagboek.

Hoe ben je ontdekt als schrijver?

Schrijven was al jaren mijn beroep toen ik als romanschrijver debuteerde. Ik schreef artikelen en reisverhalen voor tijdschriften. Intussen werkte ik aan een groter verhaal, een roman die zich in de Griekse oudheid afspeelde. Dat ging tussen de reportages die ik maakte en andere bezigheden door, terwijl het een ingewikkeld verhaal was waar ik veel onderzoek voor moest doen, dus het duurde wel tien jaar voordat ik er tevreden over was. En toen het af was, had ik geen idee wat ik ermee moest.

Was het moeilijk om een uitgeverij te bereiken? Heb je ook een literair agent nodig gehad of heb je alles zelf gedaan?

Een buurvrouw die recensies schreef voor de krant en die ik het manuscript met enige schroom had laten lezen, zei dat het verhaal perfect was voor een uitgeverij die ze kende en die historische romans uitgaf. Ze belde de uitgever op en hij beloofde dat hij ernaar zou laten kijken. Na de laaiend enthousiaste reactie van zijn proeflezer accepteerde hij het manuscript. Zo eenvoudig was het. Inmiddels was ik wel al veertig, voor een debutant is dat best oud.

Hoeveel boeken heb je in totaal geschreven?

16 boeken onder mijn eigen naam. Ik heb zes historische romans geschreven, twee jeugdromans, een verhalenbundel, een chicklit en zeven non-fictieboeken. Daarnaast heb ik onder pseudoniem nog een stuk of tien luchtige romans gepubliceerd en ik heb een aantal boeken als ghostwriter geschreven. Voor dat laatste heb ik nu geen tijd meer.

Hoe ziet je werkdag eruit?

Ik ben zelfstandig ondernemer, dus ik bepaal zelf hoe mijn dag eruitziet. Die vrijheid vind ik heerlijk, elke dag is daardoor een avontuur. De ene keer sta ik vroeg op en ben ik tot in de avond bezig een deadline te halen, de andere keer doe ik het rustig aan en ga ik tussendoor koffie drinken in de stad of wat in de tuin en in huis doen. Soms heb ik afspraken met auteurs of moet ik een lezing voorbereiden, soms ben ik de hele dag aan het redigeren, dan weer wissel ik schrijven en lezen af. Op reis werk ik ook, alleen minder intensief. Geen dag is hetzelfde, al zit ik als ik op mijn schrijfatelier ben altijd wel meerdere uren per dag achter de computer.

Zijn er punten die je minder leuk vindt in dit werk?

Dat laatste dus. Al is het werk zelf leuk, het vele zittende werk breekt me lichamelijk wel op. Ik heb ook een zitstabureau en een deskbike, maar ook dat kun je niet te lang achterelkaar doen.

Wat wilde je vroeger worden?

De eerste keer dat ik me herinner dat iemand me dat vroeg, zei ik: ‘Ontdekkingsreiziger’. Ik had net een boek gelezen over Stanley en Livingstone, stoere mannen die donker Afrika voor de Europeanen in kaart brachten. Kolonialisme en imperialisme waren termen die ik niet kende, seksisme had ik nog niet bewust ervaren, dus achteraf was dat een veelzeggend moment. Mijn moeder reageerde daar namelijk nogal kribbig op, zodat dat ik naadloos overschakelde op het meer geaccepteerde toekomstbeeld van schooljuffrouw. Het grappige is dat ik later allebei toch een beetje ben gaan doen: als reisjournalist ging ik soms behoorlijk van het gebaande pad af en als schrijfdocent ben ik ook aan het onderwijzen.

Welke opleiding(en) heb je gevolgd?

Ik haalde mijn doctoraal geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Daarvoor had ik al de Lerarenopleiding in Delft voltooid.

Hoe heb je je studententijd ervaren?

Niet echt als een doorsnee student. Ik woonde al samen en had andere vrienden en bezigheden dan mijn studiegenoten. Toch heb ik het zowel op het hbo als op de universiteit heel erg naar mijn zin gehad, ik hou van leren.

Feestbeest of studiebol?

Studiebol, zonder meer. Al liep ik er de kantjes ook weleens vanaf en ben ik altijd dol op uit dansen gaan geweest.

Wanneer greep de leeswolf je?

Vanaf het moment dat ik ontdekte dat letters woorden vormden en woorden zinnen, en dat die zinnen een verhaal konden vertellen. Zo rond mijn zesde jaar zal dat zijn geweest.

Wat las je graag in je jonge jaren?

Ik las alles wat los en vast zat. Soms was er een boek dat er uitsprong, maar het maakte me verder niet uit wat ik in handen had, als er maar een verhaal in zat dat ik nog niet kende. Non-fictie vond ik minder interessant. Toen ik zo’n beetje alle jeugdromans uit de plaatselijke bibliotheek gelezen had, begon ik rond mijn twaalfde aan de romans voor volwassenen. Ik kreeg ze mee op de bibliotheekkaart van mijn moeder, Daar zat ook weleens iets bij wat echt niet geschikt was, duistere verhalen over moeilijke relaties met expliciete seksscènes. Dan las ik het boek uit, concludeerde dat ik er niets van begreep, en begon aan het volgende. Mijn ouders gingen van het standpunt uit dat lezen goed was, of het nou de Donald Duck was of Hugo Claus, dus die lieten me daar helemaal vrij in.

Richt je je specifiek op een doelgroep tijdens het schrijven?

Dat hangt van het boek af. Bij een jeugdboek moet je je qua taalgebruik afstemmen op een leeftijdsgroep en je onderwerp moet aansluiten bij de belevingswereld van die groep, anders schiet je je doel voorbij. Bij boeken voor volwassenen speelt dat mijns inziens minder. Ik denk dat ik daarbij uitga van mezelf, wat ik graag zou willen lezen.

Vind je dat je een opleiding nodig hebt om schrijver te worden?

Iedereen die kan lezen, kan schrijven. Op zich kan dus iedereen schrijver worden, al is een goed taalgevoel daarbij handig. Wel is het zo dat je heel veel schrijfvaardigheid moet opdoen voordat je er zelfs maar over kunt denken om van schrijven je beroep te maken. Bij het schrijven van een boek kan kennis over het schrijven van een boek je absoluut verder helpen, maar alle opleidingen van de wereld kunnen geen schrijver van je maken. Dus nee, je hebt geen opleiding nodig. Een opleiding kan wel een steuntje in de rug zijn en je behoeden voor bepaalde valkuilen, maar als je voldoende bevlogen bent ontdek je die zelf ook. Ik zou iedereen die schrijver wil worden adviseren te beginnen met heel veel te lezen, voorts veel te schrijven en daarbij ook te lezen over schrijven.

Recentelijk verscheen je boek het Heksenhuis  waar gaat dit boek over (voor de mensen die het niet hebben gelezen)?

Mijn aandacht als historicus werd gegrepen door een bizar verschijnsel: de wrede heksenjachten in de zeventiende eeuw. Die heksenwaan ontstond door een soort complotdenken, wat best een actueel gegeven is. Mensen geloofden dat ziekten en rampen werden veroorzaakt door hekserij, dus werd er in moeilijke tijden grote moeite gedaan om erachter te komen wie die heksen waren. Door marteling werden de ‘heksen’ gedwongen te bekennen en vervolgens vermoord. Dit ging echt om grote aantallen. De historische stukken erover zijn schokkend, maar voor leken behoorlijk ontoegankelijk.

Ik was daar zo van onder de indruk dat ik besloot over dit onderwerp een vlot leesbaar, avontuurlijk verhaal te schrijven op basis van bestaande personen, brieven en processtukken. Ik wilde daarmee deze die tijd tot leven brengen voor een groter publiek dan alleen geschiedkundigen. De titel verwijst naar het Heksenhuis, een speciale gevangenis voor verdachten van hekserij in de stad Bamberg. De jonge vrouw Eva slaat op de vlucht voor een van de fanatiekste vervolgers, de ‘heksenbisschop’ Förner. Onderweg ontmoet ze diens tegenstander, de jezuïet pater Spee. Hij schreef een boek tegen de vervolgingen, maar mag dat van zijn orde niet zelf publiceren. Met haar gezelschap bereikt Eva het stadje Oudewater, waar de waag hun onschuld moet bewijzen. Het Heksenhuis eindigt in Leiden. Het verhaal is fictie, vermengd met talloze feiten, deels bibliomysterie, deels road novel.

Hoe wordt er gereageerd op dit boek ?’

Heel erg positief. Een greep uit de recensies: ‘Een ingrijpend, pakkend, tragisch, heel overtuigend, boeiend, leerrijk en spannend boek. (In de boekenkast) ‘Een boek om te bewaren.’ (Perfecte Buren) ‘Een meesterwerk.’ (Beauty & Books) ‘Een rijke inhoud.’ (Leeskost). Zelfs het NRC noemde het ‘Een sfeervol boek.’

 

Waar heb je de inspiratie vandaan gehaald voor dit boek?

Uit de gruwelijke werkelijkheid van de heksenvervolgingen uit de geschiedenis. Maar het mocht geen gruwelijk boek worden en het is daarnaast ook een hoopvol boek, dat over de kracht van vriendschap en de waarde van vrijheid gaat.

Op welk boek van jezelf ben je het meest trots?

Op mijn debuut, ‘Mykene’, maar ‘Het Heksenhuis’ komt daar wel dicht achteraan. Het was een ongelooflijk gecompliceerd boek om te schrijven, maar dat merk je niet als je het aan het lezen bent, hoor ik. En dat was wat ik beoogde.

Wat is het moeilijkst aan het schrijven van een boek?

Het goed omgaan met de snoeischaar. Je moet weglaten wat niet interessant is voor een lezer. Meestal staat er in de eerste versie veel te veel informatie omdat jij als schrijver die zelf nodig had voor jouw eigen inzicht en begrip van het verhaal. Dat komt omdat je onder het schrijven je ideeën en je focus nog aan het ontwikkelen bent. Dat geeft niet, als je daarna maar niet bang bent om flink te gaan schrappen. Aan de andere kant moet je ook niet te rigoureus zijn, een verhaal kan ook zo compact zijn dat het obscuur wordt.

Heb je vaste schrijfrituelen?

Niet echt. Ik kan alleen nooit zomaar beginnen. Ik loop altijd eerst een tijdje om de hete brij te draaien: mailtjes lezen en beantwoorden, beetje googelen, thee zetten. En ik kan slecht tegen omgevingsgeluiden waar ik geen invloed op heb. Als het te erg wordt met klussende buren zet ik een noise-cancelling koptelefoon op, ook al zit die niet lekker.

Wat kunnen lezers van jouw boeken leren?

Iedere lezer haalt weer iets anders uit een boek en zo hoort het ook. ‘Het Heksenhuis’ kun je puur lezen als een avonturenroman, maar de journalist van het Reformatorisch Dagblad vond het boek vooral waardevol vanwege de feiten en de actualiteit: ‘Het boek biedt een goede mogelijkheid om op een gemakkelijke wijze kennis te nemen van allerlei zaken die in het verleden met hekserij te maken hadden. Het is duidelijk dat onjuiste informatie ook nu mensen kan beschadigen. Die wetenschap kan nu leiden tot de vraag of je zelf in de omgang met anderen wel eerlijk en objectief bent.’

Een andere recensent (Carlita van Rossum) schreef: ‘De pogingen van Eva om haar noodlot te ontlopen [zijn] superspannend. Ik heb het boek zelden lang laten liggen, zo benieuwd was ik om te weten hoe het zou aflopen!’ Toch vond ook zij: ‘Tijdens het lezen bekruipt je het unheimische gevoel dat ook vandaag de dag andersdenkenden nog buiten de groep worden geplaatst, al is het met minder fatale gevolgen dan in de zeventiende eeuw. Maar om bepaalde gelijkenissen kun je toch niet heen. Er worden nog steeds, zogenaamd uit naam van God, moorden gepleegd op onschuldige mensen. Dan vraag je je wel eens af hoeveel de mensheid van de geschiedenis geleerd heeft.’

Leren van de geschiedenis hoe het niet moet: dat vind ik wel een mooie les, als lezers dat eruit zouden halen. In jouw eigen recensie op Beauty & Books stond dat ook: dat het verhaal en de personages boeiend en spannend zijn, maar ook tot nadenken stemmen. Maar het hoeft niet, het is een verhaal, geen preek.

Staan er nog meer boeken op de planning. Zo, ja welke?

Uiteraard! Op dit moment ben ik bezig met een roman over een vrouw met een obsessie die haar fataal wordt. Dat is een heel experiment. Hierna keer ik misschien weer terug naar de historische roman, ik heb op dit moment werkelijk nog geen idee, maar dat er meer romans zullen volgen staat vast.

Zijn er auteurs die je inspireerden om auteur te worden?

Naarmate ik ouder werd, bekroop me bij het vele lezen steeds vaker het gevoel dat wat sommige romanschrijvers deden helemaal niet zo geweldig was. Dat ik dat misschien zelfs wel beter zou kunnen. Ik had intussen al veel schrijfervaring, door mijn studie en als journalist, ik had een lesboek geschreven en een wetenschappelijke bundel geredigeerd. De sprong naar fictie was daardoor minder groot. In die zin waren slechte schrijvers misschien wel mijn grootste inspiratiebron.

Kun je rondkomen van het schrijven alleen of zijn er nevenactiviteiten die je moet doen om brood op de plank te krijgen?

Dat brood is niet zo’n probleem, maar iets lekkers erop en erbij is wel fijn. Ik ben inderdaad fulltime schrijver, maar dat betekent niet dat ik alleen maar romans aan het schrijven ben. Ik begeleid andere schrijvers, ik doe redactiewerk, ik beoordeel manuscripten en ik geef lezingen en schrijfworkshops.

Op welke manier promoot je je boek?

In principe doet de uitgever dat, die legt de contacten met boekhandels, maakt advertenties en benadert recensenten. Ik ben zelf wel actief als schrijver op social media en ik geef lezingen en interviews over mijn werk. Dat contact met lezers en journalisten vind ik ook heel leuk.

Denk je dat social media een grote rol hebben bij de verkoop van je boeken?

Als een boek pas is uitgekomen en er recensies verschijnen, zijn social media heel belangrijk om te laten zien dat een boek er is en wat men ervan vindt. Erna hoop ik dat de verkoop door mond-tot-mondreclame en via positieve reviews blijft lopen. Ik deel weleens een nieuwtje, als dat er is, maar het is niet te doen om via social media almaar je boek te blijven pushen. Dat voelt ook niet fijn.

Wat doe je over 5 jaar?

Hopelijk nog steeds hetzelfde als nu, met een nog groter romanoeuvre en een nog groter lezerspubliek.

Welk boek heb je als laatst gelezen?

‘Het achtste leven (voor Brilka)’ van Nino Haratischwili, een kaleidoscopische historische familieroman over Georgië. Dat is zo knap geschreven! Ik ben nu bezig met het epic fantasy-boek ‘Before they are hanged’, boek twee van The First Law-trilogie van Joe Abercrombie, heerlijke ontsnappingsliteratuur.

Welke auteurs bewonder je?

Onder meer J.R.R. Tolkien, Chuck Palahniuk, Tolstoj, Dostojewski, Homerus, Hans Christian Andersen, George R.R. Martin, Stephen King, Marion Bradley, Isaac Asimov, Charlotte Brontë, Renate Dorrestein, Jan van Aken, Kazuo Ishiguro (hoewel ik diep teleurgesteld was over ‘Klara and the Sun’), Rosemary Sutcliff, Tonke Dragt, Thea Beckman, Margaret Atwood, Khaled Hosseini, Karen Maitland, Keri Hulme, Scheherazade.

Wat zijn je hobby’s?

Lezen, toneelbezoek, film, musea bekijken, reizen, (vrij) dansen, tekenen.

Heb je tips voor aankomende schrijvers?

Lees de boeken die je zou willen schrijven en schrijf dan iets beters. En vergeet die snoeischaar niet bij de hand te houden!

5 thoughts on “Interview met Jacqueline Zirkzee

  1. Wat een leuk en uitgebreid interview is dit geworden. Ik ben niet bekend met deze schrijfster maar nu wel erg nieuwsgierig geworden naar zowel Heksenjacht als haar historische romans. Ik ga eens wat van haar opzoeken!!

  2. Wat een leuk interview! Ik kende haar (nog) niet. Ik kan me voorstellen dat het zitten etc veel van je vraagt. Ik heb dat met werk ook maar ben blij dat ik er vaak genoeg uit kan om even te strekken etc

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.